DE LUCHTLANDINGSACTIE BOVEN DJOCJA
19 december 1948
06.45 uur

Tekst beschikbaar gesteld door Ruud van Groeninghen, deelnemer aan deze actie

Een militaire overwinning die uitmondde in een politieke nederlaag

Deze luchtlanding vond plaats op Zondagmorgen 19 december 1948, maar was gepland op 18 december.

Voor de eerste maal in de Nederlandse Krijgsgeschiedenis werden massaal Nederlandse parachutisten ingezet. Deze aktie werd wereldnieuws, gezien de geladen politieke toestand in het toenmalige Ned. IndiŽ.

Al in 1947 wilde de toenmalige Legercommandant, de Generaal Spoor, een opmars inzetten naar Djocjakarta. De Nederlandse regering zag daar vanaf gezien de enorme druk uit de Verenigde Staten.

In de plannen van Gen.Spoor begonnen toen ook de groep parachutisten, die in opleiding waren, een rol te spelen.Volgens de Staf van Gen. Spoor zou de verovering van Midden-Java alleen succes kunnen hebben met een verrassende aanval door luchtlandingstroepen met grote luchtsteun. In januari 1948 werd de basis gelegd voor een dergelijke militaire operatie, waarbij ook een luchtlandingsaktie in deze operatie was voorzien.

De operatie kreeg als codenaam "Operatie Kraai" .

 

 

 

Film opleiding parachutisten SOP in Voorm.Ned.IndiŽ

 

Film 2de politionele actie IndonesiŽ.

                 

Windows PC Apple P.C.

Download hier een film over actie sprong Operatie Kraai.

 

                                                                                                                                                                                 

Windows P.C. Apple P.C. Windows P.C. Apple P.C. Windows P.C. Apple P.C.

                                                                                 Grondtraining                                         eerste sprongen                               eerste winguitreiking

 

Kaart van Ned.Indie 1945-1946

 

Kaart van Ned.Indie 1947

 

Het hele jaar door hield de militaire top zich bezig met de plannen voor deze operatie. Einddoel was het bezetten van Midden-Java met als hoofddoel Djocjakarta en het uitschakelen van Republikeinse Regering.

Tegenover de 7 december divisie op West-Java opereerde de 1e TNI (Siliwangi)divisie tussen Bandoeng en Buitenzorg.
Midden-Java werd ingenomen door de 2e TNI divisie (Goenoengdjati), terwijl tegenover de T-Brigade in de omgeving van Djokjakarta de 3e TNI-divisie lag (Diponegoro) onder leiding van Nasoetion.

Nasoetion

 Iets verder naar het Noord-Oosten lag de 4e TNI (Senopati)divisie en rond Soerabaja en Malang lagen de 5e TNI (Rongolawa), de 6e TNI (Branijjaya) en de 7e TNI (Suropati)divisie.

In grote trekken kwam het er op neer dat de parachutisten bij verrassing het vliegveld van Djocja door een luchtlanding zouden bezetten. Als het vliegveld was bezet en het omliggende gebied was gezuiverd, zou het Korps Speciale Troepen, dus de Commando's plus twee bataljons infanterie worden ingevlogen. Dit zou geschieden met een luchtbrug vanuit Semarang. Wanneer alle troepen waren ingevlogen, zou de infanterie de verdediging van het vliegveld overnemen. De parachutisten en de de commando's zouden dan gezamenlijk oprukken naar Djocja, de stad bezetten en de Republikeinse Regering gevangen nemen, een belangrijke, zelfs beslissende rol.

De luchtondersteuning bestond uit:

6 P51 Mustangs - 10 P40 Kityhaws - 24 jachtvliegtuigen en 8 P39 Spitfires alsmede 4 B25 Jachtbommenwerpers.

Inderdaad een indrukwekkende luchtondersteuning. De aktie was echter veelomvattend. De luchtsteun diende niet alleen bij het moment van de luchtlanding, ook moesten de vliegvelden in de omgeving gebombardeerd worden. Oprukkende vijandelijke troepen naar het vliegveld moesten worden uitgeschakeld. De Kolonel D.R.A. van Langen, de commandant van de gehele gevechtsgroep gaf de volgende mening:

"Alles is een gok, er kan van alles gebeuren. We moeten rekening houden met hardnekkig verzet op het vliegveld en in de stad Djocja en met het vernielen van de startbaan op het vliegveld Maguwo".

Uit inlichtingen was gebleken dat de gehele startbaan was ondermijnd met vliegtuigbommen. Zolang de ontstekers niet waren geplaatst, kon de landingsbaan gewoon gebruikt worden. Op verschillende plaatsen waren mitrailleursnesten en bunkers geplaatst.

Als de startbaan vernietigd zou worden, zou de ondersteuning niet kunnen landen. De Militaire Inlichtingendienst had betrouwbare gegevens verzameld over de verdediging van het vliegveld en bijna elke para had een schets van het vliegveld waarop alles was weergegeven, zoals de verzamelpunten na de landing, de te veroveren doelen en de plaats van de Geneeskundige Post voor eventuele gewonden. Iedere commandant had een eigen kleur vlaggetje zodat ieder wist waar hij na de landing naar toe moest.

Bekend was ook dat het vliegveld werd verdedigd door ongeveer 100 man Luchtvaarttroepen en 500 man van de Siliwangi Divisie. In Djocja zelf zou een Brigade aanwezig kunnen zijn, maar deze zou kunnen uitwijken naar het Duizendgebergte. In het overige gebied van Midden-Java, in de omgeving van het vliegveld, bevonden zich sterke eenheden. De meest onzekere factor was de IV Siliwangi Divisie. Er moest rekening mee worden gehouden dat deze Keurdivisie een tegenaanval op het luchtlandingshoofd zou kunnen uitvoeren.

Het transport van de parachutisten en het uitvoeren van de luchtbrug naar het vliegveld van Djocja zou uitgevoerd worden met Dakota's. Voor deze aktie waren 37 Dakota's benodigd. De luchtmacht had 17 Dakota's en de Marine Luchtvaart 10. De overige Dakota's werden gevorderd bij de K.L.M., inclusief de burger bemanning, welke onmiddellijk werd gemilitariseerd. De piloten kregen de rang van officier. De burgerpiloten vonden een en ander interessant, zoals later uit gesprekken bleek.

16 december, 2 dagen voor de geplande aanval.

       
oefensprong uitreiking para-wing Dakota's klaar voor aktie

Om niet op te vallen vlogen 17 Dakota's langs verschillende routes naar het vliegveld Andir bij Bandoeng. 16 Dakota's voor het vervoer van de para's en 1 Dakota als reserve. De overige 10 Dakota's vlogen naar Semarang voor de uit te voeren luchtbrug. Ook deze langs verschillende routes om de gehele aktie zo lang mogelijk geheim te houden.

In het kampement van de Para's was de spanning te snijden. Iedereen was geconsigneerd. Nog steeds was er geen briefing geweest en wist men niet met zekerheid wat het doel was. Wel dat ze zouden gaan. De commandant van de paragevechtsgroep had andere zorgen. De ondermijning van de startbaan met vliegtuigbommen en de juiste positie van de IV Siliwangi Divisie. Een inlichtingengroep uit eigen personeel en personeel van de T-Brigade liet hij infiltreren naar het aanvalsdoel. De groep maakte wat krijgsgevangenen, maar veel duidelijkheid verschafte dit ook niet.

17 december, 1 dag voor de aanval.

     
klaar voor inspectie oefensprong boven Tjimahi

Het was dan toch waar. Het zou Djocja worden. Op 18 december zou de aanval beginnen. De gehele dag hadden de para's tijd om hun uitrusting te controleren. Wapens werden nog eens goed schoongemaakt. Magazijnen met munitie gevuld en luisteren naar de volledige uiteenzetting van het aanvalsplan. Ieder moest precies weten wat te doen na de landing. Vooral de demolitiegroep van de para's had een belangrijke taak. Dit was een kleine groep van ongeveer 10 man welke ervaren was met het aanleggen van een springlading en het onklaar maken van mijnen en bommen. Zij waren het die direkt na de landing de bommen op het vliegveld onschadelijk moesten maken.

Het eerste foutje

De Commando's vertrokken 's morgens om kwart voor vijf van hun kampementen in Batoedjadjar per truc naar Padalarang. Dan per trein verder naar Semarang waar zij 's avonds om half acht arriveerden. Per truc ging het weer verder naar een door godvergeten doorgangskamp waar men 's avonds doodmoe in de stromende regen aankwam. De legering was echter niet goed voorbereid, zodat men ondergebracht werd in lekke barakken waar men op de betonnen vloer moest slapen.

Het tweede foutje

De gehele aktie werd om politieke reden 24 uur uitgesteld. Voor alle deelnemers aan deze aktie was dit zeer ongunstig. Immers er bestond een steeds groter wordend gevaar dat het verrassingseffect verloren zou gaan. Voor de Commando's in hun lekke barakken betekende dit weer een nacht slapen op het harde beton.

Het derde foutje

Op de vliegbasis in Semarang waren er andere problemen. De afspraken tussen de Militaire Luchtvaart en de infanterie klopten niet. Het beladingsschema van de vliegtuigen was niet in overeenstemming met de vliegschema's. Ergens anders waren er weer contrŰlefouten gemaakt. Men had tenten uitgegeven zonder de daarbij behorende scheerlijnen. Tot laat in de nacht werden deze problemen weggewerkt.

18 december. De aanval op Djocja gaat beginnen

Het bericht was definitief. Weer een laatste contrŰle, wapens, munitie, noodrantsoen etc. Ook werd veel tijd besteed aan de uitleg van de in te nemen doelen, de verzamelpunten na de landing, de geneeskundige post voor de eventuele gewonden. Vrijwel iedereen kon het vliegveld Magoewo dromen. Blindelings zou men zijn plaats na de landing weten te vinden. Geadviseerd werd om 's middags nog wat te slapen, maar daar kwam zoals begrijpelijk weinig van terecht.

Tegens 's nachts twaalf uur was het aantreden. Nog wat laatste instructies en daarna gingen de Para's in trucs naar het vliegveld Andir bij Bandoeng. In een grote vliegtuighal lagen keurig opgesteld de honderden parachutes. Er was gezorgd voor voldoende koffie, broodjes etc.

Om twee uur werden de parachutes uitgereikt. Instructeurs controleerden elke parachutist, waren alle riemen van het harnas goed aangetrokken. Ook hier werd niets aan het toeval overgelaten.

Om 4 uur 's nachts arriveerde Gen. Spoor. Sprak met vele Para's en wenste ons veel succes.

 

laatste instructies

 

para-commando's stijgen in

 

klaar voor sprong

Twintig minuten later stapten de parachutisten in de gereedstaande 16 Dakota's. De gehele dag was het op de starttoren radiostilte. Het vertrek van de vliegtuigen werd met optische signalen gegeven. 's Nachts kwart voor vijf was de laatste Dakota opgestegen. Even cirkelden de vliegtuigen boven Bandoeng, waar duidelijk in de duisternis in alle huizen het licht aanging.

De Dakota's en de andere vliegtuigen vlogen individueel, ieder langs een andere route naar de zuidkust van Java. Men oriŽnteerde zich door middel van de radio op het radiobaken van het marineschip "Banda" welke ten zuiden van Djocja in zee lag. Hier zouden alle vliegtuigen tegen de dageraad samenkomen.

Het was rommelig in het vliegtuig. De parachutes waren afgelegd en lagen samen met de legbags in het middenpad. Een soort plunjezak waarin het wapen, munitie, handgranaten, noodrantsoenen etc. Soms moest contact opgenomen worden met de piloot. Voorzichtig banjerde men dan tussen de spullen door. Nauwlettend hield iedereen zijn eigen chute in de gaten.

 

Onderdelen van T-brigade op weg naar transporttoestellen die hen naar Magoewo brengen

 

Tegen dageraad naderde het vliegtuig het rendez-vous punt. Het was tevens het sein om de parachutes weer om te doen. Door de raampjes van het vliegtuig waren duidelijk de andere vliegtuigen te zien.

De Commando's in Semarang waren om 0500 uur opgestegen en koersten naar het vliegveld van Djocja. Tegen half zeven vertrokken de jagers richting vliegveld. De Dakota's namen hun formatie in en koersten ook naar het vliegveld.

De eerste parachutist stond al klaar in de deuropening, vlak daarachter de rest. Het vliegveld naderde. Duidelijk kon men de jagers zien neerduiken om de hun opgekregen doelen te bestoken. Om de verwarring bij de vijand nog groter te maken, werden boven Djocja 24 dummies afgeworpen alsmede 15000 pamfletten om de mensen te waarschuwen niet op straat te komen.

afsprong boven vliegveld Magoewo

Dan is het kwart voor zeven in de morgen van 19 december. Het groene lampje boven de deur gaat branden en de dispatcher gilde boven het lawaai uit: GO......GO......GO......! De luchtlanding was begonnen. Na het lawaai in het vliegtuig hoorden de para's aan alle kanten het schieten van de jagers. Ze gaven de Para's een prachtige dekking. Veel tijd hadden de parachutisten niet. Er werd gesprongen op een hoogte van ongeveer 120 meter. Dit omdat een parachutist zeer kwetsbaar is in de lucht.

 

vliegveld Magoewo na de landing

Vanuit de lucht volgde Gen. Spoor, de Legercommandant, de gehele luchtlanding en vloog daarna naar Semarang met de bedoeling daar te landen. Hij kreeg van de toren echter geen toestemming. De luchtbrug zat zo perfect in elkaar dat er geen tijd was voor andere vliegtuigen. Pas na een half uur mocht hij landen!!!

Dan, tijdens het springen gebeurt er iets vreselijks. Een van de parachutisten blijft met zijn been aan de static-line hangen en bungelt achter het vliegtuig. De piloot schreeuwt naar achteren dat hij zo niet kan landen. De dispatchers, waaronder assistent-dispatcher Ton van Rijn, proberen de man weer in het vliegtuig te trekken. Ze krijgen hem tot de deur, daar lukt het om de static-line los te maken van zijn been. De parachutist valt en de chute opent zich keurig en de man daalt rustig naar beneden. Echter...ver buiten de droppingszone. De landing verloopt voor hem prachtig, zet snel zijn wapen in elkaar en kijkt omzichtig om zich heen. Hij hoeft zich niet af te vragen welke kant hij opmoet. Er is maar ťťn richting waar veel wordt geschoten. Voorzichtig volgt hij een weggetje richting vliegveld.

onfortuinlijke para 3de van rechts J.J. Thonon

Na enige tijd hoort hij wilde stemmen voor zich en zoekt dekking in de struiken. Tot zijn schrik ziet hij een grote groep militairen van de TNI aankomen. Ze rennen als hazen zijn richting op. Wat te doen? Alleen een oorlogje beginnen? Hij was verstandig en bleef rustig tussen de struiken zitten en wachtte tot ze voorbij waren. Daarna vervolgde hij zijn weg, goed luisterend en kijkend.

starttoren Magoewo na de landing

De parachutisten waren al zeer snel bezig weerstand op te ruimen. De groep die de starttoren moest innemen maakte korte metten met de gewapende militairen die naar buiten kwamen rennen.

De demolitiesectie bekommerde zich om de vliegtuigbommen in de startbaan. Bom voor bom werd nauwkeurig onderzocht, er bleken echter geen ontstekers in te zitten maar een houten stop. Na een tiental bommen te hebben onderzocht, ging men toch maar uit van de gedachte dat de rest van de bommen ook zonder ontsteker zou zijn. Immers vÚÚr alles was snelheid geboden. Later bleek dat men de ontstekingen uit de bommen had gehaald,  omdat op het vliegveld de delegaties die onderhandelingen moesten voeren,  in de loop van de dag zouden landen.

 

Vliegveld Magoewo 19-12-1948.Met karabijn Kol.Van Langen,voorgrond links Kap.J.W.Westerhoff, rechtsonder Kap.W.D.H. Eekhout

 

Verder gingen de Para's. Ze zwermden snel en efficiŽnt uit naar de verschillende doelen rondom het vliegveld en zaaiden door hun drieste optreden paniek onder de vijand waarvan velen dramatisch op de vlucht sloegen. Tegen kwart over zeven was het vliegveld in Nederlandse handen. Gevechten in de omgeving waren nog wel aan de gang. Om 0800 uur werd de startbaan vrijgegeven. De eerste Dakota's cirkelden al rond het vliegveld en om tien over acht landde de eerste Dakota met de Commando's.

Troep I van de Para's had een verdedigende positie ingenomen even buiten het vliegveld. De brenschutter, Siem Boons, had zijn mitrailleur goed opgesteld. Hij had een goed schootsveld in de richting van een weggetje. Er gebeurde echter niets. De vijand was of uitgeschakeld of op de vlucht geslagen. Dan plotseling ziet hij een gewapende militair aankomen. Nog maar niet schieten. Misschien een verkenner die voor de grote groep uitloopt. De man naderde omzichtig en de brenschutter richt zijn wapen op de man. Nog 300 meter, 200, 100......vreemd die man droeg eenzelfde uniform als wij. Stak er uit zijn broekzak niet een stukje van een rode baret. Verdomd het was er een van ons. Verwondering alom.'' Waar kom jij in Godsnaam vandaan? Het vliegveld is toch hier''. "Geloof het of niet", antwoordde hij, " maar ik bleef aan het vliegtuig hangen", was zijn nuchtere reactie.

1948 Operatie Kraai

In de loop van de volgende uren werd het bezette gebied door de Para's uitgebreid tot de weg naar Djocja. Een suikerfabriek welke door een 60 tal vijanden  was bezet, werd op spectaculaire manier genomen door een sectie van de Para's. Ze hadden een vrachtauto versierd en reden in volle vaart naar de fabriek. Reden tot midden in de volkomen verraste militairen, sprongen van de wagen en schakelden alle 60 soldaten uit.

Op het vliegveld landde het ene na het andere vliegtuig. Loste zijn lading en steeg gelijk weer op richting Semarang voor een volgende vlucht.

Dan gebeurde er om 10.00 uur in de ochtend weer iets merkwaardigs wat niet was te voorzien. Er naderde een vliegtuig, een tweemotorig amfibie vliegtuig, een Catalina. Het kreeg toestemming om te landen maar de Para's stonden klaar. De verbaasde passagiers, enige TNI (Republikeinse Leger) officieren, werden gelijk gearresteerd en afgevoerd. De piloot van het toestel, James Flemming een Amerikaan in Republikeinse dienst, vond het al erg druk toen hij op het vliegveld landde.

de bewuste Catalina

De dag verliep verder zonder bijzonderheden. Soms ontstonden nog wel eens wat kleine gevechten in de omgeving van het vliegveld, maar die waren meestal van korte duur.

Gevangenneming Republikeinse Top

In de kampong PADASAN bij het vliegveld Magoewo werden de Commando's in 3 colonnes verdeeld.

para-commando's in de straten van Djocja

Langs verschillende wegen rukte men op naar Djocja. Troep III rukte op naar het centrum van Djocja. Bij de voorste spits liep Sgt. Vermeer. (later Korps Adjudant bij het KCT) Hij was goed bekend in Djocja. Voor de oorlog had hij daar de kaderschool gevolgd. Even voor het bereiken van de bebouwde kom, stuitte men op een betonnen bunker. Zwaar mitrailleurvuur belette de doorgang. Men vroeg luchtsteun aan en even later werd de bunker bestookt en sloeg de bezetting op de vlucht.

onderweg naar Djokja

 

brenschutter omgeving Djokja

mortierschutters

Tegen 3 uur 's middags bereikte de groep het paleis. Vanuit de richting van het paleis werd de groep onder vuur genomen. Onder dekking stormden Vermeer met een Soendanese soldaat naar voren tot vlak naast het paleis waar ze enige dekking hadden. Ze konden daar weinig uitrichten omdat ze direct onder vuur zouden worden genomen.

1ste Para Cie op vliegveld Magoewo

 

toen nog Lt AntoniŽtti later Generaal

 

Sgt. Vermeer wierp een handgranaat richting paleis om ze schrik aan te jagen. Het hielp en even later kwam er iemand naar buiten met een witte vlag. Men wilde zich overgeven. De militairen kwamen een voor een naar buiten en werden direct ontwapend. Sgt. Vermeer vroeg of Soekarno ook in het paleis was. Dit bleek te kloppen maar Soekarno wilde niet naar buiten komen. Vermeer stuurde een militair van de Republiek om Soekarno te vertellen dat hij twee minuten de tijd had om naar buiten te komen, daarna zou het paleis onder vuur komen te liggen.

19 december 1948, v.l.n.r. Shahrir, Lt. Kol. van Beek, Soekarno en Hatta na overgave.

Binnen een minuut stond Soekarno buiten.

Kleine groepen Commando's en Para's zochten de Republikeinse Gebouwen af naar mogelijk zich schuil houdende militairen.

een lachende Soekarno wordt voor ondervraging afgevoerd door Kapt. Vosveld naar Kol. van Langen commandant T-Brigade in Djokja

De gehele actie van de verovering van het vliegveld en de verovering van Djocja had enige doden en gewonden van onze kant. Aan de zijde van de vijand waren 125 doden en talloze gewonden. Zowel de Para's als de Commando's hadden met deze actie geluk gehad. Men was ongerust over de IV Siliwangi Divisie die zich normaal in de omgeving van het vliegveld ophield. Deze divisie had een dag voor de luchtactie opdracht gekregen om te vertrekken naar een geheel ander gebied voor een grote oefening.

Zo blijkt vaak dat bij militaire acties het geluk ook mee moet zitten.

 

Kaart van Ned.Indie 1949

 

***************************************************************************************************************
***************************************************************************************************************
***************************************************************************************************************


Volgende tekst beperkt overgenomen uit boeken Korps Commandotroepen 1942-1982/Het Korps Commandotroepen 1942-1997.

Na de luchtlandingsactie bij Djokjakarta voerde het KST in de omgeving van Djokja acties uit bij Kalioerang, Klaten en Kota Gedeh. Vervolgens keerden zij terug naar Bandoeng.

Op 27 december vertrokken de grondtroepen van het KST per schip naar Padang op Midden-Sumatra.

Op 30 december kreeg het KST opdracht de plaatsen Pakanbaroe en Sawahloento in te nemen. Troep II van Luit. C.L. Trieling veroverde het vliegveld van Pakanbaroe op de totaal verraste TNI-bezetting.
Troep III onder leiding van Kapt. J.C.A. Faber veroverde op 31 december, na een flitsende aanval, Sawahloento alsmede de belangrijke electriciteitscentrales. Na aflossing door een infanterie-bataljon keerden de grondtroepen van het KST terug naar Java.

De Para-gevechtsgroep was ondertussen op Sumatra in actie gekomen. Zij waren op 29 december in de vroege ochtend in Dakota's naar Zuid-Sumatra vertrokken om bij de ''oliestad'' Djambi in vijandelijk gebied af te springen. De eerste poging kon geen doorgang vinden vanwege laaghangende bewolking. De tweede poging die middag slaagde wel, doch het verrassingselement was gedeeltelijk verloren gegaan. Het verzet van de TNI was hier veel feller dan rond Djokjakarta.

luchtlanding Djambi met brandende oliebronnen op achtergrond

Toch werden het vliegveld Paalmerah en de olievelden bij Kenali Asem door de 1e Paracie. snel in bezit genomen. Een deel van de olie-installaties was door de TNI vernield of in brand gestoken. De troepen van Paracie KST hadden grote moeite om de ten oosten van Djambi gelegen olievelden bij Tempino en Badjoebang in handen te krijgen.

Djambi brandend op achtergrond

 

Na de gevechten in Djambi

 

para-commando's omgeving Djambi

Nadat de toegangswegen naar Djambi waren afgegrendeld, zetten beide ParacompagniŽn in de vroege ochtend van 30 december de aanval op Djambi in. Binnen twee uur was het zwaargehavende Djambi in Nederlandse handen. Op oudejaarsdag vlogen de para-commando's terug naar Bandoeng.

Alhoewel zij al twee zware opdrachten hadden uitgevoerd, moesten zij nog een keer aan de slag. Voordat het Nederlandse offensief op 5 januari zou worden stopgezet, moesten zij nog snel de olievelden bij Rengat en Airmolek veroveren.

luchtlanding bij Airmolek 5 jan.1949

De 1e Paracompagnie en de Paracompagnie KST sprongen rond 11.00 uur boven respectievelijk Airmolek en Rengat uit hun Dakota's. Operatie ''Modder'' was begonnen. De droppingszŰne bestond uit een moerasgebied, terwijl een deel van de para-commando's in een bosgebied terechtkwam. De verovering verliep echter zonder problemen. Versterkt door twee infanterie-compagniŽn bleven zij nog twee weken voor zuivering en patrouillegang in het gebied waar de verspreid opererende TNI-eenheden en lokale verzetsgroepen een voorproef gaven van de spoedig oplaaiende guerilla. Het grootste deel van de TNI was aan omsingeling en vernietiging ontsnapt. De guerilla werd in verhevigde mate voortgezet.

boomlanding bij Airmolek

Na de acties op Sumatra wachtte de rode en groene baretten op Java een meedogenloze guerilla, die pas in augustus 1949 door een algehele wapenstilstand werd beŽindigd. Door het snel toenemende aantal brandhaarden moesten de commando's keer op keer KL- en KNIL-eenheden te hulp schieten.

Door de onrust op Oost-Java werden de grondtroepen van het KST in februari en maart 1949 vijf weken achtereen ingezet. In het geteisterde gebied tussen Soerabaja en Malang voerden de groene baretten, samen met een compagnie van de A-divisie, tientallen gevechtsacties uit waarbij honderden guerilla's het leven lieten.

Malang 1e paracie.

De twee para-compagniŽn voerden in ditzelfde Oost-Javaanse gebied hun laatste luchtlandingsactie uit. Op 10 maart werden zij boven het vliegveld van Gading gedropt om een Republikeins radiostation en hoofdkwartier in bezit te nemen. De plaatsen Plajen en Wonosari werden veroverd, maar zowel het radiostation als het hoofdkwartier waren inmiddels verplaatst.

                                  *******************************************************************

Met toestemming overgenomen uit ''De Rode Baret'' Blad voor Oud-Parachutisten en belangstellenden.  
Abonnement Ä. 8,-- per jaar.
Inlichtingen bij Ruud van Groeninghen Tel. 073-6211771

DE 4e LUCHTLANDINGSACTIE VAN DE PARACHUTISTEN
''
Door Ruud van Groeninghen''

GADING 10 MAART 1949

Het is opmerkelijk dat van deze actie weinig bekend is. Toch was de spanning in het vliegtuig niet minder als de actie boven het vliegveld van Djocja op 19 december 1948. Het boekwerk ''Korps Commandotroepen 1942-1982'' wijdt er ook maar enige regels aan.
Er moet natuurlijk een reden zijn waarom over deze actie zo weinig bekend is. Veelal is na bijna 60 jaar dit niet meer te achterhalen. Voor ons was deze actie geen enkel probleem. De reden daarvoor lag waarschijnlijk door fouten die enige dagen voor de landing van de para's zijn gemaakt en de faliekant verkeerde informatie van de inlichtingendienst.

Voorafgaande aan de actie Gading was het Korps Speciale Troepen (Commando's en Parachutisten) veelvuldig in actie. Het Indonesische leger was na de Tweede Politionele actie weer bezig zich te reorganiseren en was begonnen met guerilla-taktiek.
De Nederlandse legertop streefde nog steeds naar de gevangenneming van enkele ontsnapte Republikeinse ministers en Generaal Soedirman, commandant van de TNI (Tantara Nasional Indonesia). Er zou zich in de omgeving van Gading ook een noodregering hebben gevestigd en een militair hoofdkwartier dat met drie radiozenders in verbinding zou staan met de buitenwereld.

Generaal Soedirman

De inlichtingendienst meldde dat deze groep zich in de omgeving van Wonosari bevond, op enige afstand van Gading.

landingsgebied Gading en omgeving

Ook een Republikeins radiostation zou zich bevinden bij het vliegveld Gading. Het besluit van de Legerleiding, Generaal Spoor en Generale Staf, om een zelfde actie uit te voeren als bij Djocja (Operatie ''Kraai'') was dan ook vanzelfsprekend.
De Para-gevechtsgroep zou met een luchtlandingsactie het vliegveld veroveren waarna de Commando's door middel van een luchtbrug konden landen. De T-Brigade zou daarna het gebied in de omgeving van Wonosari zuiveren. De Para's hadden als opdracht om een landingsbaan vrij te maken en de radiozender in Gading te vernietigen. Commandant van deze Para-gevechtsgroep was weer Kapt. Eekhout.
De 2e Para-Compagnie kreeg als opdracht op te rukken naar Wonosari om Generaal Soedirman en een aantal gevluchte Indonesische ministers gevangen te nemen.

Op 1 maart, ongeveer een week voordat de luchtlandingsactie zou beginnen, werd door de TNI (Het Indonesische leger) een aanval ingezet op het vliegveld Magoewo bij Djocja. Het was het vliegveld dat op 19 december 1948 met een spectaculaire luchtlandingsactie door dezelfde Paragevechtsgroep was veroverd. De aanval door de IndonesiŽrs werd door de destijds ingevlogen infanterie van de T-Brigade afgeslagen.
Tegelijkertijd vond een aanval plaats op de stad Djocja enwel onder aanvoering van luitenant-kolonel Suharto (de latere president van IndonesiŽ). Bijna de gehele dag was de stad Djocja in handen van de TNI. De T-Brigade kon slechts met moeite de aanvallers terugdringen. Twee pelotons van Infanterie V (Andjing Nica) onder commando van 1e luitenant Laprť (MWO) werden zelfs ter ondersteuning aan de T-Brigade toegevoegd. Zij werden speciaal ingezet tegen de Janur Kuning-eenheden van Suharto.

De druk om dit gebied te zuiveren nam steeds meer toe, zodat de Legerleiding besloot om met een verrassende luchtlandingsactie het gehele gebied rondom Gading te zuiveren. Ook hier moesten de para's weer de spits afbijten, wat hun wel was toevertrouwd.
In de nacht van 9 op 10 maart 1949 was het dan weer zover. De para's werden weer naar het vliegveld Andir bij Bandoeng gebracht. In de grote hal was het weer een drukte van belang. Tegen de muur lagen de honderden parachutes al weer klaar. Er was voldoende koffie en broodjes. Tegen middernacht werden de parachutes uitgereikt en konden de mannen, na contrŰle van de bewapening, de bevestiging van de parachutes enz., naar de vliegtuigen vertrekken. Ook nu was dit weer perfect geregeld. Ieder wist precies in welk vliegtuig hij moest zitten. De plaatsen in het vliegtuig waren natuurlijk niet zoals dat er uitziet als we nu met een vliegtuig op vakantie gaan. Geen zachte stoelen enz., maar langs de gehele lengte van het vliegtuig waren een soort banken aangebracht zodat de para's allemaal naast elkaar zaten.

Dan, in het holst van de nacht, vertrokken de vliegtuigen ťťn voor ťťn richting Midden-Java, naar het verzamelpunt. Ook nu, zou er weer tijdens het springen dekking zijn van o.a. jachtvliegtuigen (o.a.Spitfires) en B25 bommenwerpers.

De start van de vliegtuigen was altijd weer een spannend moment. Het was duidelijk het moment dat de actie weer ging beginnen. De uitdrukking op de gezichten was bij iedereen weer anders. Toch was de spanning van de gezichten af te lezen. Door het eentonige geruis van de twee motoren van de Dakota dommelden de meeste para's in een lichte slaap.

De deur naar de cockpit was in een dergelijke situatie altijd open zodat er een verbinding was tussen de piloot en de dispatcher, de man die verantwoordelijk is voor het juiste moment en het snel uitspringen van de parachutisten. Ook de deur van waaruit zou worden gesprongen was open. Sterker nog, die is altijd voor een springactie verwijderd.
Zowel door de open deur als door de ramen van de Dakota's was vrijwel niets te zien. Alles was donker zodat je met geen mogelijkheid kon bepalen waar je ergens vloog.

Dan tegen zes uur in de morgen brak de zon door. In de tropen gaat de overgang van donker naar licht in een kwartiertje evenals andersom. Om half zeven is het nog licht en een kwartier later is het alweer donker. Een lange overgang zoals wij dit kennen in Nederland en andere Europese landen is in de tropen nooit.

Bij het rendez-vous punt van de vliegtuigen waren duidelijk nu de andere vliegtuigen te zien. Zeventien Dakota's vol met parachutisten cirkelden keurig rond. Ook Jagers en Bommenwerpers waren te onderscheiden.
Dan plotseling vertrokken de Spitfires en B25 bommenwerpers. Even later formeerden zeventien Dakota's zich keurig. Steeds 3 Dakota's naast elkaar.

''AANHAKEN'', schreeuwde de dispatcher. Alle para's haakten hun '' static line'' die straks de parachute moest openen aan een stalen kabel welke in de lengte van het vliegtuig loopt. De volgende schreeuw van de dispatcher gaf aan dat je alles moest contrŰleren. Zit alles goed, ben jezelf aangehaakt en ook je voorman. Daarna riep de achterste man ''22 O.K., 21 O.K., 20 O.K., 19 O.K.'' en zo door tot de eerste man riep: ''ALLES O.K." ''ACTION STATION'', schreeuwde de dispatcher. De hele groep schoof naar voren. De eerste man vlak bij de deur. Dan ging het rode lampje naast de deur branden. De droppingszŰne naderde. ''STAND IN THE DOOR'' was het volgende bevel. Weer schoof ieder naar voren. De eerste man had zijn linkervoet op het randje van de deur. De linkerhand aan de rand van de deur. De dispatcher hield nu goed oogcontact met de piloot. De motoren  gingen iets langzamer draaien. De hand van de piloot ging omhoog. Het groene lampje en een belletje gingen aan waarna de dispatcher schreeuwde:

'' GO.........GO..........GO.........GO.........''........

Achter elkaar sprongen de para''s zo snel mogelijk naar buiten. Beneden moet dit een schitterend gezicht zijn al die honderden parachutes in de lucht.
Beneden was het een enorm lawaai. De jagers en bommenwerpers gaven zoveel mogelijk dekking aan de para''s.

vlijmscherpe bamboe-roentjing

Beneden zag het er op veel plaatsen niet zo best uit. Op vele stukken van het vliegveld had men ''bamboe-roentjing'' geplaatst. Dit waren vlijmscherp gepunte bamboestokken welke rechtop in de grond waren gestoken. Dit om (tevergeefs) paralandingen te voorkomen. De meeste para's omzeilen, echter 4 para''s werden gewond door de ''bamboe-roentjing''.

Weerstand van betekenis was er niet. Na 25 minuten was het gehele vliegveld in handen van de para's. Er werden direct patrouilles uitgezonden om te ontdekken waar het radiostation zich bevond. Uit de vele informaties die binnen kwamen bleek van een radiostation geen sprake te zijn.

De startbaan was onklaar gemaakt door het graven van greppels in de breedterichting van de baan zodat geen enkel vliegtuig kon landen. Ook was op twee plaatsen  het vliegveld ondermijnd door vliegtuigbommen. Snel werden deze onklaar gemaakt.

Vliegveld Gading. Duidelijk zijn de greppels op de startbaan en de vele parachutes te zien

Een deel van het vliegveld werd klaar gemaakt voor de landing van kleine Austin verkenningsvliegtuigen welke de gewonden op konden halen.

De startbaan zelf werd gerepareerd door het inzetten van een groep koelies

reparatie startbaan Gading door koelies

Al om 10.00 uur landde de eerste Austin voor het ophalen van de eerste gewonde. Drie uur later lag deze al op de operatietafel in het ziekenhuis in Jakarta.
De Dakota's konden om 17.00 uur al weer landen. Zij brachten de versterkingen, munitie, voedsel etc.

vliegveld Gading

Inmiddels was de Lt. AntoniŽtti met de 1e Para-Compagnie op weg naar Plajen. In de vroege morgen bereikten zij deze plaats en begon de zuivering. 13 vijanden werden gedood. Om 11.00 uur bereikten zij de kampong Karangmodjo, waar het bivak werd opgeslagen. Van een Binnenlands Bestuur was geen spoor te bekennen.
De volgende dag ging de groep op weg naar het gebied waar volgens de inlichtingen de Republikeinse noodregering zou moeten zitten. Men rukte op in verschillende colonnes.

Ook nu weer was de inlichting onjuist. Geen spoor van vijandelijke activiteit.
De 2e Para-Compagnie rukte onder commando van Lt. Mey op naar Wonosari en bezette de plaats zonder enig probleem.
''Wonosari bezet, niets te melden'', schreef Lt. Mey in zijn rapport.

Het was duidelijk,  de gehele actie had niets te betekenen. Geen enkele inlichting klopte. De vijand was al lang vertrokken. Van Generaal Soedirman was geen spoor te vinden. Van een radiozender was ook niets te vinden.
Wel was er een ander gevaar. Er heerste onder de bevolking pest, framboesia en schurft. Kapitein Eekhout besloot daarom niet verder het gebied binnen te dringen. Hij vond dit een te groot risico voor de gezondheid van zijn mensen. De enige die het druk had was de korpsarts Verhagen en zijn mensen. Waar mogelijk werd hulp geboden aan de bevolking.

Er moest natuurlijk een reden zijn dat er vrijwel geen vijandelijke weerstand was. Ondervraging van de bevolking van het gebied bracht de oplossing. Op 21 februari en op 3 maart bleek de streek al eens gebombardeerd te zijn door de Luchtmacht. De Kapt. Eekhout is hier nooit van op de hoogte gebracht.

De TNI (Tantara Nasional Indonesia) ca. 1000 man had op de 3e maart zich al teruggetrokken in het Duizendgebergte ten zuiden van Wonosari en Gading.
Door dit bombardement was de TNI natuurlijk gewaarschuwd en had de gehele streek ontruimd.

4e van links Kapt. Eekhout, 2e van links vlieger van Austin

Na een dag of tien viel er eigenlijk niets meer te doen. De gehele Para-gevechtsgroep werd weer teruggetrokken. Men had belangrijker werk te doen voor deze groep. De totale verliezen waren de eigen 4 gewonden. De vijand verloor 40 doden.
Op 22 maart was de gehele groep weer terug in Bandoeng.

wachtend op transport naar Bandoeng.Links S.F."'Siem''Boons

Door de bombardementen van de Luchtmacht was de tegenstander gewaarschuwd en kon zich terugtrekken in het woeste gebergte. De actie van de para's was eigenlijk voor niets geweest. Hoe en van wie deze foute inlichtingen verkregen zijn, zal wel nooit bekend worden. Ook wie opdracht heeft gegeven om enige dagen voor de paralanding nog een bombardement uit te voeren, is ook niet meer te achterhalen.

                         *************************************************************************          

Door het KST werden nog zuiveringsacties uitgevoerd in de maanden april, mei en juni op Midden- en West-Java. Felle strijd werd geleverd rond de plaatsen Koeningan, Tasikmalaja, Soekaboemi en Banjoemas.

2e van links Lt.J.J.M. AntoniŽtti met links van hem zijn ''oppasser'' sld. Soehadi

Op 15 juli 1949 vormden het KST en de 1e Paracompagnie samen het Regiment Speciale Troepen.
(RST)

In juli en augustus 1949 kwam het RST rond Bandoeng en Soerakarta (Solo) in actie. Het waren de laatste gevechtsacties.

Het accoord van 7 mei met de Republiek voorzag in de ontruiming van Djokjakarta, de vrijlating van alle Republikeinse bewindslieden en een algehele wapenstilstand die in augustus moest ingaan.

Op 27 december 1949 werd de souvereiniteit over de archipel overgedragen aan de Verenigde Staten van IndonesiŽ.

Niet alle Indonesische commando's legden zich zonder slag of stoot neer bij deze nieuwe politieke situatie. Op 23 januari 1950 namen ongeveer 150 man van hen in Bandoeng deel aan een gewapende poging van hun Commandant R.P.P. Westerling om de macht in de West-Javaanse deelstaat "'Pasoendan'' in handen te krijgen. Deze actie mislukte en werd bekend als de "Angkatan Perang Radu Adil-actie'', maar bracht de souvereiniteits-overdracht niet in gevaar.

**************************************************************

Oude foto's uit het foto-album van Willy van Hout en beschikbaar gesteld door zijn weduwe Mevrouw Mari-Jan van Hout. De foto's zijn gemaakt in het voormalig Nederlands-IndiŽ met een zeer eenvoudig foto apparaat, maar in die tijd had men niet anders. Willy had in IndiŽ alle luchtlandingsacties meegemaakt en stond bekend als "de Spin''.

 

para-opleiding in voormalig Ned.IndiŽ