Geschiedenis

Het initiatief tot oprichting van de Commandovereniging Zuid- Oost- Brabant werd genomen door een drietal oud para’s / commando’s onder het motto :

 

 

 

 

 

 

 

Windows P.C.

Apple-P.C.

Download hier een film uit 1942.

 

 

Klik hier voor een stukje geschiedenis over de acties in het voormalig Nederlands-Indië

 

 

 

 

 

'''get ready''----''stand up''-----''hook up''-----''check equipment''-----''tell off for equipment check''-----''in position''-----''red on stand in the door''-----''green on....GO....GO....GO....GO....

 

Windows P.C.

Apple-P.C.

Download hier een film over periode 71-2

 

 

 

 

 

Op 17 november 1988 werd de vereniging notarieel opgericht ten overstaan van notaris Mr. H. J. F. van Susante te Boxtel en de heer Th. A. M. Prinsen als gevolmachtigde van de op 11 februari 1987 te Eindhoven definitief opgerichte en gevestigde Para- Commandovereniging Zuid- Oost- Brabant, thans genaamd Commandovereniging Zuid-Oost- Brabant met als eerste voorzitter wijlen, de heer Harold Mugie.  

 

De vereniging heeft statutair tot doel :  

*

het verstevigen van de onderlinge band tussen Para’s  en Commando’s ;  

*

het bevorderen van de betrokkenheid met het Korps Commando Troepen, gevestigd  te Roosendaal ;  

*

het onderhouden van nauwe contacten met de Commandostichting te Roosendaal ;  

 

Zij tracht dit doel te bereiken door :

*

georganiseerde deelname aan jaarlijks terugkerende evenementen in Zuid- Oost-Brabant, waaronder dodenherdenking,  bevrijdingsfeesten e.a. ;  

*

het houden van contact- bijeenkomsten, al dan niet vergezeld van echtgenotes, verloofdes of partners ;  

*

het jaarlijks houden van een algemene ledenvergadering ;  

*

alle andere wettige middelen, die het doel van de vereniging kunnen bevorderen ;  

    

De vereniging telt momenteel ongeveer 100 leden en een 10-tal donateurs.

Sinds de oprichting werden o.a. reizen gemaakt naar Schotland, de bakermat van de eerste Commando-opleidingen met een bezoek aan het Commando Memorial en Commandomuseum te Achnacarry  en naar Normandië waar landingsplaatsen en musea werden bezocht.

In eigen land werden bezoeken gebracht aan het Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en museum te Bronbeek en het Oorlogsgravenkerkhof met museum te Groesbeek.

Er zijn plannen om ook in de toekomst een georganiseerde reis te maken.

De jaarlijkse contributie bedraagt € 30,00 over te maken op girorekening nr. 5714003 t.n.v. Commandovereniging Z.O. Brabant
p/a Spijkerstraat 16, 5311 EE Gameren
 

 

 

Geschiedenis

65-jarig bestaan Korps Commandotroepen

 

De oprichtingsdatum van het KCT is vastgesteld op 22 maart 1942. Op die dag begonnen 48 Nederlandse militairen aan hun commando-opleiding in het Schotse Achnacarry. Uiteindelijk ontvingen 25 de groene baret. Zo ontstond in juni 1942 No 2 (Dutch) Troop, een geheel uit Nederlanders bestaande commando-eenheid, die deel uitmaakte van No 10 (Interallied) Commando. In 1944 werd de No 2 Troop ingezet bij de grootste luchtlandingsactie uit de Tweede Wereldoorlog, operatie Market Garden, terwijl zij ook een bijdrage leverde aan de bevrijding van Walcheren. 

Tegelijk met de Troop werd in het Verre Oosten Korps Insulinde opgericht voor onder meer het verzamelen van inlichtingen en het organiseren van guerrilla-activiteiten op het door de Japanners bezette Sumatra. Na de oorlog werden beide eenheden ontbonden. 

Een deel van het personeel kwam terecht bij Stormschool Bloemendaal en een ander deel bij het Depot Speciale Troepen (groene baretten) en de School Opleiding Parachutisten (rode baretten) in het voormalig Nederlands-Indië. Later werden deze eenheden samengebracht in het Regiment Speciale Troepen. Begin 1950 werd dit regiment ontbonden. 

In 1949 ging de Stormschool Bloemendaal naar Roosendaal, waar het begin 1950 werd omgevormd tot het Korps Commandotroepen (KCT). Het KCT is de afgelopen decennia uitgebouwd tot een speciale eenheid, die in relatief korte tijd haar sporen heeft verdiend. De eenheid kan zich meten met de meest gerenommeerde special forces-eenheden in het buitenland.

 

 

 

Schotlandreis 12 t/m 17 oktober 2000

 

Onze voorzitter en tevens reisorganisator bij uitstek, de Heer Johan van den Hurk, heeft in samenwerking met onze secretaris, de Heer Theo Prinsen, een geweldige reis georganiseerd naar Schotland, de bakermat van de Commando-opleiding in 1942.
Vertrokken werd vanuit Eindhoven richting Rotterdam Europoort, van waaruit de ferryboat werd genomen naar Hull. Aan boord mochten we genieten van een voortreffelijk diner. Daarna was er een gezellig samenzijn en werd het glas regelmatig geheven op de gezondheid van de mede-reizigers. Persoonlijk mocht ik ervaren wat het betekent om daarna in een boven-slaper plaats te nemen.
Gezien het vele gerstenat kwam er van slapen niet veel terecht en heb het steile trapje de gehele nacht door mogen beklimmen en afdalen om gebruik te maken van het kleinste kamertje. Met zoveel vocht leek het wel de beruchte klimtoren. Een toggle afdaling was echter niet mogelijk.Na een heerlijk ontbijt arriveerden we 's-morgens 08.00 uur (Engelse tijd) in de haven van Hull.

 

op de ferry

naar Hull

Hull is de derde haven van Engeland en dankt zijn plaats op de landkaart vooral aan Edward 1, die de kades en dokken aan het eind van de 13e eeuw liet uitbreiden. De officiële naam, Kingston- upon- Hull, herinnert nog aan deze vorst. Tijdens de tweede wereldoorlog werd Hull door bombardementen zwaar beschadigd, maar inmiddels is het oude centrum gerenoveerd en met vele gebouwen uitgebreid.

Historisch zijn de Holy Trinity Church ( een der grootste parochiekerken van het land), de Old Grammar School (1538) en het 17e eeuwse Wilberforce House (High Street), waar de gelijknamige strijder voor de afschaffing van de slavernij werd geboren.
Uitgesproken eigentijds zijn daarentegen de grote jachthaven, het aangrenzende Princess Quay Shopping Centre en (westelijk van de bebouwde kom) de indrukwekkende 2,5 km. lange hangbrug.

Ook heeft de stad enkele interessante musea, met name aan het Queen Victoria Square gelegen Town Docks Museum over het maritieme verleden en de Ferens Art Gallery, gespecialiseerd in de 20e eeuwse Britse schilderkunst en de Nederlandse Meesters uit de 17e eeuw..

Vanuit Hull vertrokken we via de A1 richting Darlington en via de A68 richting Edenburgh naar Perth. We passeerden de grens bij Carter Bar Pass waar een busstop werd gemaakt. Vanachter een grote rotsblok verscheen plotseling een in Schotse klederdracht gestoken Schot die ons verwelkomde met doedelzak-muziek. Wat wel opviel,
 nadat wij een kleine bijdrage hadden gegeven in munten,
hij de Engelse munten eruit pikte en daarna wegsmeet.
 Gegarandeerd dat hij die weer heeft opgeraapt nadat we weer waren vertrokken. Het had wel een Hollander kunnen zijn.

 

 

Een tussenstop werd gemaakt in Jedburgh, een aantrekkelijk oud plaatsje, met tal van interessante gebouwen. Het meest historische is Jedburgh Abbey, die in de 12e eeuw door Koning David 1 werd gesticht. De fotogenieke ruïne staat te dromen aan de oever van de Jed Water. Het driehoekige marktplein en Canongate worden omzoomd door een kleurrijke verscheidenheid aan voor Zuid-Schotland karakteristieke herenhuizen.
Ook het Mary, Queen of Scots House is een opvallend gebouw. Kasteeltorens als deze vindt U in dit land in overvloed, maar niet alle hadden zulke illustere bewoners.

 

Jedburg Abbey

Jed Water

Via de tussenstop in Jedburgh werd de reis voortgezet naar Edinburgh. Deze stad behoort zonder twijfel tot de attractiefste en sfeervolste steden van Groot-Brittanië. De bruisende hoofdstad van Schotland is niet alleen bijzonder rijk aan historische gebouwen (ruim 16.000 staan op de monumentenlijst). Auld Reekie bezit ook 's-lands nationale musea en een keur van toeristische attracties en vermaakmogelijkheden. Edinburgh is beroemd om zijn culturele evenementen, waaronder 's-werelds grootste kunstfestival.
Het compacte centrum bestaat ruwweg uit twee parallel liggende stadsdelen: de hooggelegen, van oorsprong middeleeuwse Old Town en de in klassieke stijl gebouwde 18e- eeuwse New Town.

De scheiding wordt gevormd door één van Europa's mooiste straten: Princess Street, een brede boulevard die aan één zijde wordt omzoomd door prachtige plantsoenen, waarboven het machtige kasteel uittoornt en aan de andere door een aaneenschakeling van winkels, hotels en restaurants. 
Een andere boeiende straat is de Royal Mile, de één mijl lange verbindingsweg in de hoger gelegen Old Town, die het kasteel met het paleis verbindt en enkele keren van naam verandert.

De machtige burcht Edinburgh Castle domineert al sinds de 12e-eeuw vanaf een 135 m. hoge basaltrots het stadsbeeld.
Vanuit Edinburgh werd de reis verder voortgezet naar Perth waar wij onze intrek namen in het Salutation Hotel, het oudste hotel in Groot-Brittanië en daterend uit 1699.

 

Salutation Hotel uit 1699

Uit de turbulente geschiedenis, o.a. als Schotse hoofdstad, is door plunderingen en andere calamiteiten in Perth relatief weinig overgebleven, maar de 15e-eeuwse St.John's Church staat nog fier overeind. Aardig om te zien zijn: de indrukwekkende City Hall, het Fair Maid's House en de Victoriaanse Lower City Mills.

In het Salutation Hotel werden de avonden gezellig doorgebracht onder het genot van een biertje en een borreltje. De commando-liederen waren niet van de lucht en onze enige marinier in de vereniging, de Heer Jan van de Broek, bracht een zeer gevoelig lied ten gehore over zijn meiske uit Woensel.
Ad Kelders sloot de rij met een lied op de melodie van Loeënde klokken, waarvan de tekst niet zal worden vermeld, maar wel op band is vastgelegd.

Zaterdag 14 oktober vertrokken wij vanuit Perth naar Spean Bridge via Glencoe en Fort William. De route richting Glencoe gaat door de Highlands en passeert, eenzame dalen, ongenaakbare munro's, bergen van meer dan 3000 voet hoog en de met talloze plassen en meren bezaaide moeraswoestenij van Rannoch Moor. Dan wordt het dal smaller en komt men door de Glencoe, Schotlands noodlotsvallei. Hier slachtte Robert Campbell van Glenlyon in de winter van 1692 veertig leden van de Mac Donalds-clan van Glencoe af op bevel van de koning.

In Fort William belandden we weer in de beschaafde wereld, met souvenirwinkels die pluchen haggis en geruite kopjes verkopen. De toeristenstad ligt prachtig aan de oever van het langgerekte Loch Linnhe. In het oosten rijst de Ben Nevis op met 1343 m. de hoogste berg van Groot Brittanië. Van daaruit reden we naar Spean Bridge.

 

Hier is het waar de eerste aspirant-commando's de trein verlieten en werden verwelkomd met doedelzak-muziek. Als de stemming er goed inzat begon men als introductie op de training de 12 km. mars met bepakking naar Achnacarry, waar zij hun opleiding volgden.

Van het opleidingskamp zijn weinig tekenen meer zichtbaar. Het kasteel van Sir Donald Walter Cameron of Lochiel bevindt zich momenteel in een ietwat verweerde staat. Toch geeft deze omgeving een goede indruk van de situatie waaronder men in die tijd hier is opgeleid.

Van 1942 tot en met 1944 werden op het meer van Loch Lochy waaraan het landgoed Achnacarry is gelegen landingen uitgevoerd door 25.000 commando-recruten. Er werd realistisch geoefend, hetgeen bleek uit het feit, dat er alleen met scherp werd geschoten en tijdens de landingen beschietingen met mortieren en ander geschut plaatsvonden.

Langs de route naar Achnacarry bevindt zich het COMMANDO MEMORIAL.

Het indrukwekkende monumentale beeld dient als eerbetoon aan de commando's die vielen in de Tweede Wereldoorlog. Het bevat het opschrift '' UNITED WE CONQUER" en wekt een gevoel van onverzettelijkheid en respect op.

Namens onze vereniging werd door ons lid Henk Klompers een krans gelegd. Het was al die tijd droog geweest, maar tijdens de kranslegging werden we getrakteerd op een enorme bui. Het leek wel of alle oud-commando's die hierboven verkeren alle kranen hadden opengezet. Na de kranslegging werd het weer droog en begon de zon te schijnen.

Achnacarry Commando Memorial

Kranslegging door Henk Klompers

Op zondag 15 oktober werden vanuit Perth nog bezoeken gebracht aan St.Andrews waar de overblijfselen nog steeds een levendige indruk geven van de schaal van wat ooit de grootste kathedraal in Schotland was en Pitlochry. Dit stadje groeide in de Victoriaanse tijd uit tot het populaire vakantieoord dat het nu nog steeds is.

Op maandag 16 oktober werd de terugweg aanvaard van Perth naar Hull via Gretna Green. Dit huwelijksparadijs, waar jonge paartjes op zestienjarige leeftijd in de echt konden worden verbonden door de dorpssmid, trekt nu veel toeristen. Er komen hier nog steeds trouwlustige stelletjes, ook uit het buitenland.
De smidse (Old Blacksmith's Shop, plaats van huwelijksvoltrekking) is tegenwoordig een bezoekerscentrum en museum

Huwelijksbevestiging Cor (Moshe) en Elly Gordeijns

Vanuit Hull werd de oversteek gemaakt naar Rotterdam Europoort. Tijdens de oversteek werd er wederom een toast uitgebracht waarna een gezellig samenzijn plaatsvond. Deze reis heeft weer eens aangetoond wat het betekend om commando te zijn en hopelijk zal onze reisorganisator bij uitstek deze reis nog een keer herhalen.

Bedankt Johan en Theo namens alle oud- commando's, echtgenoten, vriendinnen en mede-reizigers.

 

         **********************************                                    

 

Normandië-reis

15- 16 en 17 oktober 1999

   

Reeds lange tijd had men al  besloten om naar de stranden van Normandië te gaan en nu was het dan eindelijk zover.
 De voorbereidingen voor zo'n driedaagse trip kosten veel tijd en veel werk. Een groep van 45 dames en heren nam deel aan deze 3 daagse reis. Het gehele avontuur is bijzonder goed geslaagd en de Commando's en Para's hebben een zeer goede indruk achtergelaten in Normandië.
 Wederom was alles weer te danken aan onze reis-organisator bij uitstek Johan van den Hurk en onze secretaris Theo Prinsen, bescheiden als hij is, een enorme hoop administratief werk heeft verricht.

 

naar het strand in Arromanches

op het strand in Arromanches

 

Het select gezelschap bestond uit Oud-Commando's en een 2-tal Oud-Para's. Op het laatst meldden zich nog een viertal leden van het British Legion waarvan er één daadwerkelijk aan de invasie had deelgenomen m.n. de Heer Alphons Pudelko die zichzelf terugzag op één van de foto's, samen met Montgomery, een emotioneel moment. In Kortrijk werd geluncht van waaruit de reis werd voortgezet via Abbeville, Rouen en Caen om uiteindelijk de eindbestemming Bayeux te bereiken. Alvorens rechtstreeks naar het hotel te gaan, werd eerst in Bayeux een bezoek gebracht aan het Musée Mémorial Bataille de Normandie 1944.

 

 

strand Arromanches

Alphons Pudelko herkent zichzelf op de foto met Montgommery

 

landing op de kust van Normandië

Amerikaanse para's tijdens landing in Normandië

 

luchtopname tijdens

landing op de kust van Normandië

 

 

Rondom Arromanches, ver in zee, lagen nog steeds de caissons die later deel uitmaakten van een kunstmatige haven waar de zo noodzakelijke goederen konden worden aangevoerd.

 

strand Arromanches

vernietigde bunker met zwaar geschut op strand Arromaches

 

 

museum in Arromanches

 

Dan eindelijk na een lange dag naar het Campanile Hotel in Bayeux, een leuk intiem hotel met kamers op de begane grond en eerste verdieping. De eetzaal was apart gelegen.
 Het vroege opstaan en de lange zit in de bus eiste natuurlijk zijn tol en eenieder was blij om op de kamer nog even bij te komen, temeer daar het diner pas om 20.00 uur begon, een Franse gewoonte waar je even aan moet wennen. Er was echter geen bar, dus was het improviseren geblazen. 
Een aantal commando's zat al om 19.15 uur in de eetzaal en scharrelden een dienstertje op. Door één van de commando's werd in het Frans aan haar duidelijk gemaakt dat ze allemaal ''mourir de la soif" waren oftewel ''de moord staken van de dorst''. Het arme kind rende af en aan, zeker toen de rest van het gezelschap meldde dat zij ook wel een ''pression'' lustten.
 Het voorgerecht bestond uit een rijkelijk buffet waarna het hoofdgerecht werd geserveerd. Het nagerecht was weer in buffetvorm. Al met al voortreffelijk. Daarna dook iedereen in zijn bed om weer fris te zijn voor de volgende dag.

 

Hotel Campanile in Bayeux

 

ontbijt

gezellig samenzijn

 

De dag begon met een uitgebreid ontbijt waarbij natuurlijk de croissant niet ontbrak evenals een meterslang stokbrood. Er werd veel gepraat en gelachen. Adrie van Ledden had deze morgen gelukkig weer veel praatjes. Na het diner was hij n.l. stilletjes vertrokken en doodvermoeid in zijn bed gekropen. D

 

ontbijt

ontbijt

 

Na Arromanches vertrok de bus naar Omaha Beach waar door de Amerikanen een hevige strijd is gevoerd. Men ging niet naar het strand  maar naar het oorlogskerkhof in Colleville.
 Iedereen was onder de indruk en werd stil. 9.387 Amerikaanse soldaten zijn hier begraven waarvan 330 onbekend. Onafzienbaar waren de duizenden witte kruisen met daar tussenin een aantal met de Davidster, op een strak aangelegd grasveld alleen onderbroken door hier en daar een bomengroep.
 De bus vertrok weer naar het volgende punt, Pointe du Hoc. In de bus was het stil. Iedereen was diep onder de indruk die het Amerikaanse kerkhof bij allen had achtergelaten.
Men realiseerde zich dat deze jongens hun leven hadden gegeven voor onze vrijheid.

 

Omaha Beach

Pointe du Hoc met zijn steile kustwanden

 

 

 

De aanval op Pointe du Hoc door de Amerikaanse Rangers (commando's) was een buitengewoon moedige en dappere operatie met als doel het vernietigen van geschut dat de overige stranden kon bestrijken.
 Ondanks de berichten van de Franse ondergrondse dat zich hier geen zwaar geschut bevond, werd de aktie toch uitgevoerd. Zeer teleurstellend was het voor de manschappen toen zij, na vele offers, boven op de steile kustwand kwamen en daar ontdekten dat zich hier inderdaad geen zwaar geschut in de bunkers bevond.
 Vanaf Pointe du Hoc werd de reis voortgezet naar Sainte Mère Eglise, het gebied dat veroverd moest worden door de 82e en 101e Amerikaanse Luchtlandingsdivisie. 

 

Pointe du Hoc

 

Sainte Mère Eglise, hier was het dat de Amerikaanse parachutist John Steele ca. 20 uur met zijn parachute aan de kerktoren bleef hangen.

Het gezelschap had enige uren de tijd om in het stadje rond te kijken en om iets te eten. In een van de vele restaurantjes vond een ware invasie plaats van groene en rode baretten. Gezeten achter grote pijpen bier had ieder het naar zijn zin, zeker toen de frites met biefstuk op tafel kwam. Jos de Leuw en Toon Martens wilden er mayonaise bij en kregen elk een volle tube nog verpakt in de doos. De tubes werden uiteraard meegenomen naar het hotel want ze stonden toch op de rekening.

 Na een bezoek aan het museum in de vorm van een parachute werd de terugreis aanvaard naar het hotel.

 

Ste Mère Eglise

Museum Ste Mère Eglise

 

De zaterdagavond begon weer met een drankje. Tegen achten rende het dienstertje al weer heen en weer met volle dienbladen. Bij aanvang van het diner bleken enkele mensen niet aanwezig te zijn. Groot was de verontwaardiging toen zij even later in polonaise-formatie, luid zingend, de eetzaal binnen kwamen. Het diner was weer overvloedig en werd zelfs uitmuntend toen een ''anonieme'' gever trakteerde op flessen wijn, per 4 man 1 fles wijn. Wat waren ze snel leeg.

Na afloop, tegen een uur of elf, besloot een groepje van twaalf personen nog even Bayeux in te wandelen om ''afscheid'' te nemen van de plaatselijke bevolking. Een aardige kroeg in het centrum was het doel.

Bij het openen van de deur deinsde iedereen toch even terug, want de groep werd met luid gejuich en applaus ontvangen. Er werd veel gelachen en ''pressions'' gleden lekker naar binnen. Tegen enen werd de kroeg verlaten richting hotel.

 

Pegasus Bridge in Bénouville

 

Quistreham en omgeving

 

Piper Bill Millin

 

De laatste dag was aangebroken. Na een heerlijk ontbijt vertrok de bus weer huiswaarts.
 Allereerst naar Quistreham naar het Nr.4 Commando-museum. Het eerste museum waar betaald moest worden en we werden rondgeleid door de baas van het museum, de Heer Gaudon, zelf een oud-commando en deel had genomen aan de gevechten in Quistreham.
 Daarna werd koers gezet naar de Pegasus-brug waar midden in de nacht de spectaculaire landing plaatsvond van enige gliders. Deze commando's hadden tot taak deze belangrijke brug te ontdoen van springstof en in handen te houden tot er versterking kwam. Hier was het dat de commando's de doedelzakspeler Bill Millin van de 1st Commando Brigade konden horen en dat versterking in aantocht was.
Na het maken van foto's vertrok het gezelschap richting Nederland waar deze schitterende reis werd afgesloten in Restaurant ''De Sleutel''. Na een gezellige borrel werd een uitstekend diner geserveerd. Dankwoorden waren er van Henk Hendriks en de voorzitter van het British Legion en natuurlijk van Johan van den Hurk, de reisleider en voormalig voorzitter
 Een fantastische reis en van grote KLASSE.

 

***********************************

 

1952 commando's in Suriname

 

 Schiphol 1952 vlak voor vertrek

aangetreden voor vertrek


Martien Beekmans toen nog jong en knap, nu ........

 

in de rimboe

tussen inheemse bevolking

 

op patrouille

patrouille

 

gezellig onderonsje

op patrouille

 

zoekplaatje

nog een zoekplaatje

 

luxe vervoer voor officieren

 

Cdo Dorland met kapmes op patrouille

 

reünie Suriname-cie

 

************************************